Paniek om een ijskap

3 december 2020 Uit Door Hessel Voortman

We zijn het al bijna weer vergeten, maar we besloten de zomer met een knisperende hittegolf. En in die hitte kwam dan ook nog het nieuws van een kantelpunt op Groenland. Ik vond eindelijk de tijd om de artikelen te lezen die aan de basis lagen van de paniek. Degelijk wetenschappelijk werk. Over het kantelpunt maak ik me geen zorgen. Lees hier waarom.

Gekke weerrecords

De zomer is inmiddels alweer lang voorbij. En wederom een jaar waarin een record werd gebroken. Op 9 juli werd op diverse plaatsen de laagste maximum temperatuur gemeten sinds het begin van de metingen.

Er is wel iets raars met die records, vind ik. Het is nog maar enkele jaren geleden dat ons in een snikhete zomer werd medegedeeld dat er pas sprake was van een hittegolf als dat in de Bilt werd gemeten. Al vielen in de Achterhoek de Mussen dood van het dak, het was pas Hittegolf wanneer dat in de Bilt werd vastgesteld; punt!

Maar nu is iedereen gespitst op records. En het vervelende daarvan is dat die nogal eens uitblijven; tenzij je de definitie verandert. Als je “hittegolf” en “neerslagtekort” herdefinieert naar “regionale hittegolf” en “regionaal neerslagtekort” dan gaat het produceren van weerrecords al een stuk beter. Als je dan ook nog af stapt van kentallen per maand of seizoen maar in plaats daarvan per dag gaat kijken, dan vliegen de records je al snel om de oren. Maar dus ook regionale dag-kouderecords, zoals op 9 juli.

Kort geleden braken we het “record aantal aaneengesloten dagen met maximumtemperatuur boven de 10 graden“. Dat was nog nooit eerder een onderwerp van aandacht en ik verwacht dat het dat ook nooit meer zal worden, maar het leverde weer een paar krantenkoppen op.

Een strenge regel uit de data-analyse is: “Formuleer een hypothese en kijk vervolgens of die wordt bevestigd door de metingen”. Tegenwoordig wordt het proces andersom gevolgd; maak net zolang willekeurige selecties uit de metingen totdat je een record vindt. Succes verzekerd.

Om een beetje inzicht te krijgen in hoe de weerspatronen in Nederland veranderen zijn al deze in tijd en plaats gelimiteerde records niet interessant; los van wat diverse Haastige Commentatoren (HC’s) daarover plegen te roepen.

Degelijk onderzoek op Groenland

Waar je ook lange datareeksen en een flink academisch uithoudingsvermogen voor nodig hebt is het begrijpen van het gedrag van IJskappen. Deze week las ik daarover twee interessante artikelen; één uit 2017 en één van half augustus dit jaar. Ze staan onderaan dit bericht.

Ik vind het toonbeelden van diepgravend wetenschappelijk werk. Het staat bol van data en beide artikelen doen verslag van doorwrocht academisch werk waarbij het werk continu wordt getoetst aan metingen. Ik hou daarvan.

Beide artikelen blijven strikt bij de metingen en doen nagenoeg geen uitspraken over de toekomst. Op basis van metingen wordt vastgesteld dat er in 1997 een kantelpunt lijkt te zijn opgetreden, waarna de massabalans van een deel van Groenland (simpel gezegd, de randen) sterker negatief is geworden (noot: een massabalans is een boekhouding van sneeuw-/ijsmassa; negatief betekent een afnemende massa van de ijskap). Een conclusie die al in 2017 werd gepubliceerd en in 2020 werd opgeschaald naar de conclusie dat het aannemelijk is dat Groenland nu netto massa verliest.

Dat er op Groenland plaatsen zijn waar de massabalans negatief is verbaast me overigens niet. We leven momenteel op de IJstijd-aarde met een afwisseling van (orde) 90.000 jaar geleidelijke afkoeling (glaciaal), gevolgd door een snelle opwarming en een milde periode van orde 10.000 jaar (inter-glaciaal). De ijskap van Groenland is in dat licht een raar ding. De sneeuwgrens (het niveau waarop sneeuw het hele jaar door blijft liggen) ligt hoger dan het hoogste landniveau van Groenland, dus was Groenland nu ijsvrij geweest, dan had nu geen ijskap kunnen ontstaan.

De ijskap heeft kunnen ontstaan doordat de sneeuwgrens lager dan het hoogste landniveau heeft gelegen, waardoor daar sneeuw is blijven liggen. Dat is in hoogte doorgegroeid en is vervolgens boven de (inmiddels weer hoger liggende) sneeuwgrens gebleven. Het betekent wel dat vandaag de lagere delen van de ijskap rond of onder de sneeuwgrens liggen en daarom smelt vertonen.

Geologisch onderzoek wijst erop dat in het vorige interglaciaal, dus 100.000 jaar geleden, de Groenlandse IJskap veel verder was afgesmolten waardoor de zeespiegel ongeveer 6 m hoger stond. Waarom dat nu niet het geval is, is een raadsel. Eigenlijk is niet de geconstateerde smelt van Groenland de wetenschappelijke puzzel, maar het feit dat de ijskap er überhaupt ligt in zijn huidige vorm.

Helaas hadden diverse Haastige Commentatoren geen boodschap aan deze kennis. In diverse Sociale en andere media werd het kantelpunt neergezet als een nieuw feit en de gebruikelijke koppeling met CO2 en de schuldigheid van de mens was weer snel gelegd. Eén commentator vond dit zelfs het belangrijkste nieuws van deze Zomer en kondigde het einde van Nederland aan binnen 100 à 200 jaar. Niets van dat alles is terug te vinden in de wetenschappelijke noch de populaire media.

Hoe belangrijk is het? Zijn we in Nederland in gevaar?

Ondertussen hebben we in het waterbeheer de taak om te anticiperen op een eventuele versnelde smelt van Groenland en dan helpt het niet om in paniek te raken. De vraag is wat de beste manier is om te reageren. Van belang is dan vooral hoe snel de ontwikkelingen zullen gaan.

Dit artikel (https://phys.org/news/2020-08-sea-quickens-greenland-ice-sheet.html) maakt melding van 4 triljoen ton smelt in de periode 1992 tot 2018, wat overeen zou komen met 11 mm zeespiegelstijging. Dat geeft een zeespiegelstijging door Groenland van 2,75 micrometer per Gigaton smelt. Op basis van dezelfde gegevens volgt een gemiddelde smelt van orde 150 GT per jaar. Dat komt overeen met 4 cm per eeuw zeespiegelstijging. Ik wees er al eerder op dat dat soort snelheden prima hanteerbaar zijn.

Het recente artikel geeft in figuur 1 inzicht in het totale jaarlijkse massaverlies van Groenland. In het recente verleden is een maximum waarde van 400 GT bereikt. De laatste jaren is het getal alweer veel lager. Gaan we uit van 400 GT per jaar constant, dan volgt daaruit een stijging van 11 cm per eeuw. Ook dat is prima te hanteren.

De getallen zijn wereldwijde gemiddeldes. Voor de Noordzee gelden nog een aantal verzachtende omstandigheden die ik nu buiten beschouwing laat.

Conclusie

Ik ga er vanuit dat de recent gepubliceerde artikelen wijzen op een waarneembare werkelijkheid van een smeltend Groenland. De oorzaken ervan zijn wat mij betreft niet helder. Ook natuurlijke variatie behoort tot de mogelijkheden. Als we het effect kwantificeren, dan is vooralsnog het ijsverlies van Groenland prima te hanteren en hoeven we ons over de veiligheid van ons land geen zorgen te maken. We hoeven nog steeds niet te verhuizen.

Ik wens u wederom veel twijfel toe.

Bronnen

Ik las de volgende twee artikelen:

1. Dynamic ice loss from the Greenland Ice Sheet driven by sustained glacier retreat uit 2020

2. A tipping point in refreezing accelerates mass loss of Greenland’s glaciers and ice caps uit 2017

En altijd lezenswaardig voor het grote plaatje is “Spiegelzee” van de fantastisch schrijvende professor Salomon Kroonenberg.